Ivoorkust en Ghana dwingen minimumprijs af voor cacao

Op 12 juni kondigden Ivoorkust en Ghana, de twee grootste  cacaoproducenten ter wereld, de opschorting van hun cacaoverkoop aan voor het seizoen 2020-2021. Wat ze hiermee willen bereiken? Een minimumprijs van 2.600 dollar per ton.

Een structureel probleem 

Volgens algemeen directeur van de Internationale Cacao-Organisatie (ICCO) Michel Arrion is er inderdaad “een structureel probleem dat zich ook voordoet bij andere basisproducten als koffie en katoen: alle spelers van de keten maken winst, behalve de kleine producent.” De wereldwijde cacaomarkt is goed voor 100 miljard dollar. Daarvan ontvangen de producenten nu slechts 6 %, in de jaren tachtig was dit nog 16%. Volgens het laatste rapport van de Wereldbank over Ivoorkust  leeft meer dan de helft van de producenten onder de armoedegrens. Ze verdienen minder dan 757 CFAF (ongeveer 1,2 dollar) per dag. Voor Michel Arrion is het instellen van een minimumprijs door Ivoorkust en Ghana “een stap in de goede richting” . Hij had trouwens een prijs rond de 3.000 dollar verwacht.

Dit is de eerste keer dat de twee belangrijkste cacao-producerende landen gezamenlijk een bodemprijs hebben vastgelegd.Het is een direct gevolg van de verklaring van Abidjan van maart 2018 waarin beide landen zich ertoe verbonden hun marktbeleid voor cacao te harmoniseren. Ivoorkust en Ghana, die goed zijn voor bijna twee derde van de wereldwijde cacaoproductie, willen een machtsevenwicht met de industriëlen uit de sector tot stand brengen. Ze hebben aangekondigd dat in exportcontracten een clausule ‘premie voor levensonderhoud’ wordt opgenomen van 400 dollar per ton. Die zal in werking treden wanneer de wereldprijs onder de 2.600 dollar blijft. Als beide landen hun verbintenis nakomen om 70 % van de wereldmarktprijs aan de producenten toe te kennen, zou de prijs ‘van het veld’ in Ivoorkust 1.000 CFAF per kilo moeten bedragen.

Cocoa-pec

Het plan van de twee West-Afrikaanse buurlanden, dat al snel de bijnaam ‘cocoa-pec’ kreeg naar analogie met de OPEC van de olieproducerende landen, profiteert van een gunstige marktcontext. De productie komt op andere plaatsten moeilijk van de grond terwijl de vraag op de meeste continenten blijft toenemen. "Op korte termijn zal de dominante positie van West-Afrika, en Ivoorkust in de eerste plaats, waarschijnlijk niet in gevaar komen. De ICCO voorspelt dat de productie in Afrika tegen 2020 met 5 % zal stijgen en vrijwel onveranderd zal blijven in Amerika, terwijl de productie in Azië en Oceanië naar verwachting met 6 % zal dalen" .

Na een maand van discussies en onderhandelingen hebben de industriëlen uiteindelijk het principe van het betalen van een premie van 400 dollar per ton aanvaard en werd de opschorting van de verkoop van cacaobonen voor het seizoen 2020-2021 opgeheven. 

Meer verwerking in de productielanden zelf

Om het inkomen van de producenten en de inkomsten van Ghana en Ivoorkust echt te doen stijgen is volgens veel waarnemers, onder wie François Ruf van het CIRAD, ook een grotere verwerking op lokaal niveau nodig, die niet door multinationals wordt gecontroleerd (bijvoorbeeld het vermalen van de bonen, maar dat niet alleen).  De Wereldbank zegt in haar verslag over Ivoorkust het volgende:   "Het grootste deel van de winst van de cacaoketen (bijna 80 %) is geconcentreerd in de secundaire verwerking (die van de chocoladepasta) en de distributie van afgewerkte producten aan de consument - twee stadia waarin Ivoorkust nog geen belangrijke rol speelt.”   
 

1. Wereldbank Au pays du Cacao, comment transformer la Côte d’Ivoire, juillet 2019, neuvième édition.
2. Geciteerd door Agnès Faivre, Cacao : la Côte d'Ivoire et le Ghana passent à l'attaque, Le Point, 2 juillet 2019.
3. Wereldbank, Op., Cit. 
4. François Ruf, économiste au CIRAD (Centre de coopération internationale en recherche agronomique pour le développement, dans Entente Ghana-Côte d'Ivoire sur le cacao : «une rupture historique», entretien avec Olivier Rogez, RFI, 19 juillet 2019.
5. Wereldbank, Op., Cit.