COCOCA: het succesverhaal van Burundese kwaliteitskoffie

Horamama

‘Horamama’ zingen Burundese boerinnen op weg naar het veld. Het woord betekent zoveel als ‘moed’ of ‘kracht’, maar vandaag is Horamama ook de merknaam van de koffie van COCOCA, een unie van 39 coöperaties verspreid over het hele land. Met de hulp van een aantal donoren en grote klanten groeide COCOCA de voorbije jaren uit tot een stevige speler op de Burundese koffiemarkt.

Tussen 2014 en 2017 financierde het Trade for Development Centre (TDC) zowel de versterking van het beheer van de unie en van een aantal van haar coöperaties als de verbetering van de kwaliteit van hun arabica. Maar liefst 2500 boeren volgden sessies rond duurzame teeltwijzen. In 2014 exporteerde COCOCA 4 containers Fairtradekoffie van drie gecertificeerde coöperaties. In 2017 hadden al 17 coöperaties een certificaat en werden 21 containers verkocht aan Fairtradevoorwaarden. In diezelfde periode steeg het volume verkochte koffie van 350 naar 12.000 ton, ongeveer 15 % van de totale Burundese koffieproductie.

Marketingcoaching

In 2016 solliciteerde COCOCA ook voor deelname aan het marketing coachingprogramma. In 2017, 2018 en 2019 ging een TDC-coach vier keer ter plaatse voor telkens een sessie van een week. Omdat de unie coöperaties heeft over het hele land en de kwaliteit de voorbije jaren flink opgeschaald is, kan de organisatie nu voldoende grote volumes leveren van verschillende soorten kwaliteitskoffie en intussen ook van premiumkoffies.

Die denkoefening leidde tijdens de tweede sessie tot een marketingplan dat als streefdoel had om tijdens het oogstseizoen 2018-2019 minstens 100 containers te exporteren, waarvan 60 met gecertificeerde koffie (vooral Fairtrade en Utz), premiumkoffie of Café des Femmes (een specifieke ‘vrouwenkoffie’, geproduceerd door vrouwelijke leden). 

Twaalf containers

Een van die bestaande klanten is Colruyt. Vandaag koopt Colruyt alle Burundese bonen voor haar blends bij COCOCA, goed voor 230 ton of twaalf volle containers per jaar. Voor Colruyt is dit een mooi voorbeeld van een ‘ketenproject’, waarbij het doel is boerenorganisaties via een langdurige samenwerking sterker te maken en zo de keten van producent tot consument te verduurzamen.

Samen met de boeren koos Colruyt in 2017 voor een vaste prijs. Zo hebben zij een gegarandeerd inkomen en hoeven ze hun bonen niet onder de prijs te verkopen. Daarnaast krijgen ze een specifieke premie per ton koffiebonen, los van de prijsschommelingen op de markt. Eind 2015 bezocht een delegatie van COCOCA de koffiebranderij in Halle en begin 2017 mochten Burundese boeren op werkbezoek bij Colombiaanse collega's, wat leidde tot een gezamenlijke blend voor Spar.

Daarnaast is ook de Collibri Foundation, een bedrijfsfonds van Colruyt dat vooral inzet op onderwijsprojecten, al jarenlang actief in Burundi. Sinds 2016 worden in samenwerking met twee koffiecoöperaties van COCOCA 100 jongeren uit de gemeenschappen van koffieboeren begeleid richting een job. 

Droogmolen

Een belangrijke stap voor COCOCA was de bouw en de ingebruikname van een eigen koffieverwerkingsfabriek in 2016. Vroeger was de coöperatie afhankelijk van derden voor het verwerken en stockeren van koffiebonen. Nu is ze in staat de hele keten van koffiebes tot exportklare groene koffie zelf te beheren. Dit kwam ook de kwaliteitscontrole en de traceerbaarheid ten goede. De productiesite kreeg de naam Horamama en is de eerste in Burundi met een eigen droogmolen. De prefinanciering kwam van de Belgische sociale investeerder Kampani.

2019-20 wordt een cruciale oogstperiode voor Cococa en Horamama want ze moeten aan hun internationaal cliënteel tonen dat ze niet alleen capabel zijn om
kwaliteitskoffie te produceren, maar evengoed om het te verwerken en tijdig te leveren. Dit bleek in het verleden immers een heikel punt. Daarom focuste de derde en vierde marketing coachingsessie van het Trade for Development Centre vooral op het contact met de klanten. Andere punten die behandeld werden, waren de traceerbaarheid (om aan de vraag van klanten te voldoen is het vaak nodig de oorsprong van de loten te traceren tot op het niveau van de individuele producent) en het uitwerken van een business plan voor projecten rond het roosteren van koffie en lokale verkoop.

EGO

Een andere Belgische handelspartner van COCOCA is Efico. Deze belangrijke trader van groene, ruwe koffie draagt duurzaamheid en een goede band met koffiecoöperaties hoog in het vaandel. In 1987 behaalde het bedrijf als eerste in België het Fairtradelabel. De laatste tien jaar is hun aandeel duurzaam gecertificeerde koffie (bio, Rainforest Alliance, Fairtrade en UTZ) gestegen van 13 naar 53%. In 2018 kocht het bedrijf zo’n 85% rechtstreeks bij coöperaties of lokale exporteurs.

Ook Efico heeft een bedrijfsfonds, de Efico Foundation, met projecten die focussen op kennisoverdracht, een duurzaam inkomen voor de koffieboeren en maatregelen voor adaptatie en mitigatie in de koffieregio’s omwille van de klimaatverandering. Een van de projecten van de Efico Foundation is EGO, dat begin 2018 van start ging in samenwerking met COCOCA en medegefinancierd wordt door DGD (de Belgische ontwikkelingssamenwerking). Twee nieuwe ‘leercentra’ moeten een plek worden waar boeren permanent terecht kunnen voor vorming en begeleiding rond duurzame teeltpraktijken. Op die manier kunnen nog meer duurzame certificaties behaald worden. Per regio zal gewerkt worden aan een eigen smaakprofiel zodat COCOCA die diversiteit nog beter in de markt kan zetten.

“Voor ons zijn de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s) van de Verenigde Naties, en dan vooral SDG 12 rond verantwoorde productie en consumptie, een belangrijke leidraad”, benadrukt Katrien Delaet, Head of Sustainability van Efico. “Met de projecten van onze foundation streven we naar een multi-actoraanpak met diverse spelers binnen de keten. Daarbij is de toegevoegde waarde van Efico onder andere een stabiele, commerciële relatie op lange termijn. Dat is een traditie van het huis: boeren kansen geven om aan hun kwaliteit te werken en te groeien, zodat ze autonoom hun organisatie kunnen uitbouwen.”

Hoop

COCOCA is zeker geen alleenstaand geval. Zowel in Oeganda, Rwanda, Burundi, Tanzania als in DR Congo ondersteunde TDC de voorbije jaren koffiecoöperaties die vandaag exporteren naar tal van Belgische ondernemingen zoals Efico, Supremo, Coffee team, 32aCup, RIVS, Briz en Oxfam-Wereldwinkels. “De export van koffie heeft voor werk en inkomen gezorgd en dus voor hoop. Het beste bewijs? Ex-soldaten en rebellen die de wapens neerleggen voor koffiestruiken,” getuigt Joachim Mungana, voorzitter van SOPACDI, een koffiecoöperatie in Zuid-Kivu.