
HET IN 1992 INGEVOERDE EUROPESE ECOLABEL IS BEDOELD OM PROMOTIE TE MAKEN VOOR NIET-VOEDINGSPRODUCTEN MET EEN KLEINERE MILIEU-IMPACT. MOMENTEEL DRAGEN 20.000 PRODUCTEN, WAARVAN 1.500 IN BELGIË, HET ECOLABEL
Het is nooit gemakkelijk om zich een plaats te veroveren in de jungle van de labels, zelfs niet met de slagkracht van de Europese Unie achter zich. Het Ecolabel heeft beetje bij beetje ingang gevonden, tot de consumenten een echte vraag schiepen die de producenten in de opwaartse spiraal meetrok. In 2004 waren er nog maar een dertigtal producten in België te koop. In 2006, veertien jaar na de geboorte van het label, was het cijfer amper verdubbeld, naar 88. Vandaag is het opgelopen tot meer dan 1.500.
Het nut van het Europese Ecolabel staat buiten kijf, want het promoot producten (met uitzondering van voedingswaren en farmaceutica) die een minder hoge milieu-impact hebben dan hun concurrenten. In zijn bestek houdt het Ecolabel rekening met elf soorten ecologische problemen: de kwaliteit van de lucht, die van het water, de bescherming van de bodem, de beperking van afval, energiebesparing, het beheer van de natuurlijke hulpbronnen, de preventie van de opwarming van de aarde, de bescherming van de ozonlaag, milieuveiligheid, geluidsoverlast en de biodiversiteit. De verschillende criteria worden geanalyseerd in alle stadia van de levenscyclus van het product, vanaf de winning van de grondstoffen, over de productie, de distributie en het gebruik, tot de opruiming na de levensduur.
De leden van het Comité van de Europese Unie voor het Ecolabel (CUELE) vertegenwoordigen de bevoegde instanties van de lidstaten, milieu-ngo's, verbruikersverenigingen, beroepsverenigingen, vakbonden, kmo's en distributeurs. Ze stellen de criteria voor die, eenmaal goedgekeurd, om de drie of vijf jaar worden herzien.