Nu er elke dag minder vis in de zee zwemt, ziet de visserijsector in de aquacultuur de oplossing voor al zijn problemen. Wanneer de vis uit het wilde water verdwijnt, zouden de vissers herders kunnen worden die hun kudden in batterijen kweken, in door de mens aangelegde artificiële gebieden.
Het lijkt een interessante mogelijkheid. De voorraden worden gecontroleerd, de mariene ecosystemen worden weinig of niet verstoord, de natuurlijke bronnen kunnen op adem komen terwijl de aquacultuur de vismarkt voedt.
En dat in steeds grotere hoeveelheden. Ichiro Nomura, onderdirecteur-generaal van de Afdeling Visserij en Aquacultuur van de FAO, benadrukte dit in zijn voorwoord bij het rapport The state of world fisheries and aquaculture 2008*: "Wij staan misschien op het punt een belangrijke drempel te overschrijden. Na een aanhoudende groei, vooral in de voorbije 40 jaar, is de sector van de aquacultuur voor het eerst goed op weg om de helft van de wereldwijd verbruikte vis te produceren."
Maar de kweek als oplossing voor het vraagstuk van de mondiale visbestanden roept ook verscheidene vragen op.
Ten eerste verandert er niets aan het probleem van de oceanen en de zeeën. Soorten verdwijnen, andere zijn bedreigd. De actoren uit de visserijsector kunnen dit enorme verlies aan biodiversiteit niet negeren onder het voorwendsel dat de vismarkt een nieuw manna heeft gevonden om te exploiteren.
Verder zijn sommige soorten, zoals de roze garnaal, geschikt voor aquacultuur, maar voelen andere zich niet thuis in een kweekbekken.
Bovendien is de aquacultuur niet vrij van milieuschade en sociale misbruiken. Zoals in elke sector dreigt er gevaar op excessen wanneer de vraag massief wordt en men intensief gaat produceren om eraan te voldoen.
Volgens Greenpeace is aquacultuur "een schijnoplossing voor de overbevissing". De argumenten: de gekooide vleesetende vissen verslinden de zee, de kwekerijen lozen een enorme hoeveelheid geconcentreerd afval in zee ("alle Schotse zalmkwekerijen samen produceren per dag evenveel afval als de 600 000 inwoners van Edinburgh"), en ten slotte maakt het grootschalige gebruik van antibiotica de gekweekte vissen immuun voor ziekten maar blijven ze dragers van dodelijke ziektekiemen die ze op hun wilde soortgenoten overbrengen.
De internationale milieuorganisatie gooit echter de vis niet met het kweekwater weg. Ze stelt verscheidene benaderingen** voor een duurzamere werking van de aquacultuursector voor. Een van die ideeën is de productie van eiwitrijke planten als vervanging van een carnivore voeding. Die laatste is immers minder duurzaam, omdat ze afhankelijk is van overbevissing. Greenpeace vermeldt ook de particuliere of publieke labels van de aquacultuur, maar de interessantste oplossing lijkt in de modern integrated multi-trophic aquaculture (IMTA) systems te liggen. In mensentaal: de aquatische polycultuur, met soorten uit verschillende niveaus van de voedingsketen. In een gezonde levenscyclus houden vissen, garnalen, algen en weekdieren elkaar in stand. Greenpeace haalt het voorbeeld aan van het Israëlische SeaOr Marine Enterprises, dat aquacultuur met zeevissen, algen en Japanse zeeoren (weekdieren) toepast. Het afval van de viskweek dienst als voedsel voor de algen, die op hun beurt door de zeeoren worden gegeten.
Het IMTA-systeem beperkt de milieukosten van de aquacultuur. In Denemarken is deze techniek een voorwaarde geworden om een uitbatingsvergunning voor aquacultuur te krijgen.
Certificeringen
AquaGAP (IMO)
Sinds het begin van 2009 is er een nieuwe certificering voor de aquacultuur: AquaGAP. Ze geeft de producent een periode van drie jaar om aan de eisen van het label te voldoen.
AquaGAP verzekert de traceerbaarheid van het product, de kwaliteit in elk stadium van de productie, met een minimale impact op het milieu en een bijzondere aandacht voor de ecosystemen rond de viskwekerij.
Op ecologisch vlak omvat AquaGAP aspecten zoals een efficiënt gebruik van energie en water. AquaGAP eiste geen biologische voeding voor de vissen maar ziet erop toe dat de zeeproteïnen uit duurzame bronnen komen.
Op het vlak van de economische en sociale rechten voorziet de certificering in de opleiding van de arbeiders in verschillende domeinen, een verbod op kinderarbeid en de afwijzing van elke vorm van discriminatie. Voor het overige "moet de werkgever verenigingsactiviteiten en collectieve onderhandelingen toelaten en aanmoedigen".
Anders dan Soil Association en Naturland, die in essentie producten op nationale markten aanbieden, heeft AquaGAP wereldwijde ambities. Het richt zich tot alle actoren van de productieketen. Het programma is generisch opgevat en beperkt zich niet tot specifieke streken of soorten. De kwaliteit van AquaGAP zal daardoor herkenbaar zijn voor elke professional uit de visserij en voor de eindklant.
Die zekerheid kan verklaard worden door de ouders van de nieuwkomer. Het label is immers eigendom van en wordt beheerd door de Zwitserse vereniging Bio-Foundation, maar is ontwikkeld door het Institute of Marketecology (IMO). Sinds 1990 verspreidt het IMO zijn knowhow op het vlak van certificeringen in heel de wereld Het is het bekendste agentschap in dit domein.
Het eerste door AquaGAP gecertificeerde bedrijf is Vinh Hoan, een Vietnamese pangasiuskwekerij. Deze producent werd twee jaar lang gecontroleerd en heeft zijn zwakke punten beetje bij beetje verbeterd en zijn goede praktijken versterkt. Vandaag zetten negen andere ondernemingen koers naar het AquaGAP-certificaat.
Soil Association organic standards (aquacultuur)
Soil Association is een Britse organisatie die op het einde van de Tweede Wereldoorlog door een groep wetenschappers, voedingsdeskundigen en boeren werd gesticht. Die combinatie leidde onvermijdelijk tot de promotie van de organische landbouw.
Die vruchtbare voedingsbodem heeft daarna nog vele andere verenigingen aangelokt, zodat Soil Association nu de grootste Britse organisatie voor de biologische sector is, met een team van 200 mensen die de certificering in heel het land inspecteren. Dit is namelijk een certificerende organisatie. Ze hanteert de volledigste en strengste normen voor biologische productie ter wereld. Meer dan 80% van de bioproducenten van Groot-Brittannië draagt het symbool van Soil Association.
Soil Association heeft standaarden ontwikkeld voor de organische productie van vis en schaaldieren. De principes streven naar de ontwikkeling van duurzame en rendabele aquatische ecosystemen, de verbetering van de waterkwaliteit en de eerbied voor de behoeften van andere vormen van waterleven.
Regelmatige controles registreren en verifiëren onder meer gedetailleerde parameters voor de waterkwaliteit. Soil Association heeft een bijzondere aandacht voor het dierenwelzijn. In het kader van de aquacultuur schrijven de normen voor dat men het welzijn van de dieren moet bevorderen door ondervoeding en honger, fysiek ongemak en extreme temperaturen, letsels en ziekten, angst en stress en beperking van de bewegingsvrijheid te voorkomen.
Er bestaan bijkomende voorschriften voor verschillende soorten, zoals de Atlantische zalm, de forel, de zalmforel, de garnaal, de mossel en de karper.
* The state of world fisheries and aquaculture 2008, FAO, Rome 2009.
** "Challenging the Aquaculture Industry on Sustainability", Greenpeace, 28 juni 2008.