De in 1995 door de FAO gepubliceerde Gedragscode voor Verantwoorde Visserij definieert de principes van een verantwoorde visserij en houdt rekening met alle relevante biologische, technologische, economische, sociale, ecologische en commerciële aspecten.
In feite kiest de Gedragscode een holistische benadering. Ze heeft een mondiaal bereik maar een facultatieve waarde, en behandelt zowel de bescherming als het beheer en de ontwikkeling van alle vormen van visserij, met inbegrip van de aquacultuur. De Code heeft betrekking op "de vangst, de verwerking en de handel in vis en visserijproducten, de visserij, de aquacultuur, het onderzoek van de visbestanden en de integratie van de visvangst in het beheer van de kustzones".
Op methodologisch vlak behandelt de Code het op ecosystemen gebaseerde beheer, een benadering die de complexe dynamica van de ecosystemen integreert, de economische en sociale behoeften van de menselijke gemeenschappen en het behoud van de diversiteit, de werking en de gezondheid van de ecosystemen.
Tegenover de staten moedigt ze transparantie en overleg aan. Hoewel ze pleit voor een effectieve participatie van de industrie, de arbeiders van de sector, de milieuorganisaties en andere betrokken instanties, heeft ze het nergens over de ambachtelijke of de kleinschalige visserij, waarin toch de meeste vissers actief zijn. Met betrekking tot de ontwikkelingslanden legt de Code zelfs meer de nadruk op een grootschalige visserij en roept ze alle actoren op om deze landen te helpen om "hun eigen visserij beter te valoriseren en deel te nemen aan de visserij op volle zee". Het punt wordt summier besproken, terwijl de ontwikkelingslanden goed zijn voor 50% van de internationale vismarkt.
De Gedragscode voor een verantwoorde visserij was bedoeld als referentiedocument. Dat is ze ook geworden. Ze heeft MSC en de GVB (Gemeenschappelijk Visserijbeleid van de Europese Unie) geïnspireerd en dient nog altijd als basis voor andere strategische documenten.
Gilles Hosch, expert in visserijplanning en -beheer
De Gedragscode van de FAO bestaat nu al 14 jaar, maar het gaat nog altijd slecht met de visbestanden. Een mislukking?
De Gedragscode van de FAO is een buitengewoon belangrijk instrument met een grote impact. Het is een structurerend beleidsinstrument, het enige op internationaal niveau dat de minimale elementen van een verantwoorde, duurzame benadering van het visserijbeheer definieert. Er bestaat geen enkele andere referentie met een vergelijkbare universaliteit, toepasbaarheid en autoriteit.
De Code is voor alle actoren van de visserij bedoeld, maar we moeten realistisch blijven. Als de regeringen er niet in slagen om een sterk reglementair kader in te voeren dat de economische en ecologische duurzaamheid van de visserij waarborgt, zal de Code dat evenmin kunnen. De nationale regeringen zijn hier de hoofdrolspelers. Ze gebruiken de Code al 14 jaar om een coherent visserijbeleid te definiëren en in praktijk te brengen. Vrijwel alle dwingende teksten van na 1995 verwijzen naar de Code. Als we in 1995 hadden geprobeerd de Code afdwingbaar te maken, zou de tekst waarschijnlijk nooit uit het stadium van de goede bedoelingen geraakt zijn. Haar "wijze", niet dwingende karakter is een van haar grootste troeven. De schijnbare traagheid waarmee ze wordt toegepast en de wereldwijde crisis in de visserij zijn te wijten aan regeringen die hun werk niet doen.
Maar ziet de Code de sociale en culturele dimensies van het Zuiden niet over het hoofd?
Nee. Ze behandelt de rechten en belangen van de kleine vissers in haar eerste hoofdstuk, dat de basisprincipes uiteenzet. Maar het is wel zo dat de Code opgesteld is met de diepzeevisserij in gedachten. Toen ze op papier werd gezet, ontwikkelde de diepzeevisserij zich in het wilde weg. Een van de doelstellingen was dan ook de controle van dat fenomeen. Maar de principes van een goed beheer gelden zowel voor de industriële als voor de zelfvoorzienende, de artisanale en de continentale visserij. En het is geen kwestie van Noord tegen Zuid: de sociale en culturele dimensies zijn niet minder groot in Frankrijk of IJsland dan in Senegal of Tonga. De toepassing van de Code is overal moeilijk, omdat men moet breken met het verleden, de cultuur van de vrije toegankelijkheid en de mentaliteit van de "gold rush". Het komt erop aan de visvangst op te nemen in een cartesiaanse benadering van goed beheerde bronnen, en de actoren ertoe aan te zetten om bepaalde aspecten van de oude "visserijcultuur" te veranderen, zowel in het Noorden als in het Zuiden.
De controle van de oceanen blijft een uitdaging. Zijn dwingende technische maatregelen, zoals exclusieve ambachtelijke visserijzones, in de praktijk realiseerbaar of zelfs wenselijk?
Als we een duurzame visserij willen, hebben we gestructureerde en gecontroleerde beheerskaders nodig. Het echte probleem is dat van de begeleiding, de controle en de bewaking. In 2007 heeft het Europese Rekenhof verklaard dat de lidstaten geen structuren en processen hadden ingevoerd voor een effectieve controle van de Europese ITQ en de quota, nochtans cruciale onderdelen van het GVB. Landen als Mozambique en Madagaskar hebben exclusieve zones voor de ambachtelijke visserij afgebakend; in het voorbeeld van die twee landen gaat het om een totale kustlengte van 8 000 kilometer, een vijfde van de omtrek van onze planeet! Maar ze hebben de middelen niet om hun maatregelen uit te voeren. En een maatregel die alleen op papier bestaat, ondermijnt de degelijkheid van heel het kader. We moeten dus op onze hoede zijn voor goede voornemens. We hebben controles nodig, maar die moeten gestructureerd en realistisch zijn.
Bekijk de brochure van het Trade for Development Centre: "Overbevissing de zeeziekte. Is verantwoorde visserij de remedie?", gratis te downloaden.