BTC werkt samen met teakbedrijf voor duurzaam bosbeheer in Tanzania

De focus van BTC als ontwikkelingsagentschap ligt op de mens en op het uitroeien van armoede en ongelijkheid. Maar soms is er een conflict tussen deze doelstelling en de ecologische prioriteiten van een regio. Dan rijst de vraag: hoe kan het duurzaam herstel van een ecosysteem samengaan met de socio-economische en culturele ontwikkeling van de lokale bevolking? Hoe kan de bescherming van de aanwezige biodiversiteit gekoppeld worden aan het recht van de bewoners op het gebruiken van de aanwezige natuurlijke hulpbronnen?

Lokale bevolking beheert bossen in Tanzania

Een mooi voorbeeld van die problematiek vinden we in Tanzania. Het land verliest in snel tempo zijn bossen. Behalve de beschermde Nationale Parken en Wildparken, bedoeld voor toeristen en jagers, experimenteert Tanzania daarom al twee decennia met ‘Village Forest Reserves’(VFR’s), bosland waar de lokale dorpen bij het beheer betrokken zijn. Maar het probleem is dat de bevolking vaak het nut van duurzaam bosbeheer niet inziet, omdat het geen inkomsten oplevert. Om deze VFR’s in de toekomst ook economisch waardevoller te maken en op die manier beter te kunnen conserveren, hebben de Tanzaniaanse overheid en BTC een Publiek Private Samenwerking (PPS) ondertekend met de Kilombero Valley Teak Company (KVTC).

BTC en KVTC slaan handen in elkaar

Sinds 2012 is BTC actief in de Kilomberovallei. Het doel van het project KILORWEMP (Kilombero Lower Rufiji wetlands ecosystem Management Project) is om het precaire ecosysteem van het laagland rond de Kilombero en de Rufijirivier te beschermen en duurzaam te beheren. In hetzelfde gebied heeft het FSC-gecertificeerde bedrijf KVTC al decennialang duizenden hectaren teakplantages aangeplant. Daardoor is het de grootste teakproducent van Afrika geworden. Van bij de start heeft KVTC ook oog gehad voor het behoud van bossen en ecosystemen en voor de sociale en economische ontwikkeling van deze afgelegen regio. Dorpelingen worden ingeschakeld om illegale boskap op te sporen of worden tewerkgesteld in zagerijen of in andere projecten. 

Met de PPS willen alle partijen echter een stap verder gaan. In de pilootfase is het de bedoeling om een aantal natuurlijke bossen waarvan KVTC eigenaar is, op een duurzame manier te gaan commercialiseren. Concreet gaat het om 6000 hectare met hoofdzakelijk miombobomen. Naburige dorpen zullen nauw bij de houtproductie en -verwerking betrokken worden, zodat zij de technische en commerciële knowhow aanleren die duurzaam bosbeheer vereist.

In een volgende fase is het de bedoeling om de stap te zetten van private bossen naar publieke bossen. Concreet: de overheid en de dorpelingen zouden de kennis die ze via KVTC opgedaan hebben, ook moeten kunnen gebruiken in de VFR’s waarvoor zij verantwoordelijk zijn. Op die manier zouden bosbehoud en economische ontwikkeling wel hand in hand kunnen gaan. Bij dat proces is een belangrijke rol weggelegd voor de Tanzaniaanse overheid. Zij moeten werk maken van een publieke instantie die de dorpen bijstaat in het beheer van de VFR’s en de commercialisering van de houtproducten uit die publieke bossen. Ook KVTC heeft er alle baat bij om dit project te doen slagen en een goede relatie uit te bouwen met de dorpen. Want alleen als de principes van duurzaam bosbeheer in de hele regio gemeengoed worden, kan de ontbossing een halt toegeroepen worden.