De toestand van de oceanen is dramatisch. Vindt u dat de ambachtelijke visserij daar mee verantwoordelijk voor is?
We kunnen niet op een algemene manier over mondiale uitdagingen en ambachtelijke visserij praten, want de situaties verschillen sterk volgens de plaats en de technieken van de vissers. Sommige vissers werken dicht bij de kust, terwijl andere tot 70 kilometer in zee gaan. Sommigen vissen op tonijn, anderen niet. De term "ambachtelijke visserij" is dus een vlag die meer dan één lading dekt. Je hebt plaatselijke antwoorden nodig op plaatselijke uitdagingen.
Dat antwoord kan nationaal worden wanneer er een conflict is tussen vissers. En het zal een internationale dimensie krijgen wanneer vissers uit het ene land in de nationale wateren van een ander land komen, zoals dat het geval is met India en Sri Lanka of Thailand en Maleisië. Het is vooral belangrijk dat we de juiste oplossing vinden voor een specifiek probleem.
Maar om internationaal gehoord te worden, is het toch belangrijk dat de vissers zich organiseren?
Eerst en vooral is ICSF geen vereniging van vissers. Wij zijn een ngo die de vissersorganisaties van verschillende landen steunt, door op te treden als woordvoerder op internationale ontmoetingen. Afgezien daarvan is organisatie inderdaad belangrijk. Wij beïnvloeden het opstellen van belangrijke internationale verdragen zoals de "UN Fish Stock Agreement". Als je dat akkoord leest, zie je dat het rekening houdt met de problematiek van de kleinschalige ambachtelijke visserij.
Zijn er overal in het Zuiden organisaties van vissers?
Ja. In Azië bestaan er organisaties in India, Sri Lanka, Thailand, de Filippijnen en Indonesië.
In Afrika zijn er in Zuid-Afrika en aan de westkust, in Ghana, Guinee en Senegal. De vissersverenigingen van die landen zijn machtig. Ik bedoel daarmee dat ze het nationale visserijbeleid kunnen beïnvloeden. In Latijns-Amerika zijn er organisaties in Brazilië, Peru en Chili.
Volstaat dat om opgewassen te zijn tegen de industriële visserij?
Ik ben niet bezorgd. Zoals ik het zie, boert de industriële visserij achteruit. Als je de jongste rapporten over de zeeën van de FAO 2006 en 2008 bekijkt, merk je dat het aantal grote industriële schepen daalt. En in de volgende twintig jaar zal die industrie nog verder achteruitgaan. Maar daar moet ik bij zeggen dat hetzelfde geldt voor de kleine boten zonder motor. De schepen van 70-80 meter zullen verdwijnen, maar die van 10-20 meter ook. In de toekomst zal de kleinschalige ambachtelijke visserij dan ook een belangrijke rol spelen in de visvangst. Daarom moeten we ervoor zorgen dat die kleine visserij in de volgende jaren nog verantwoordelijker wordt dan nu het geval is.
Is MSC label een oplossing? Het zou nu rekening houden met de ambachtelijke vissers. Bent u het daarmee eens?
Nee. Ik ken geen enkel voorbeeld van een ontwikkelingsland waar deze certificering in het voordeel van de ambachtelijke visserij heeft gespeeld. Een van de problemen is dat ze gegevens en informatie over de te certificeren vis eisen. In tegenstelling tot wat men beweert, is MSC geen hulpmiddel om de visserij duurzamer te maken. Het is een erkenning van het feit dat je al duurzaam bent. Om een metafoor te gebruiken, MSC is als een prijs die je wint omdat je de 100 meter in minder dan 10 seconden hebt gelopen. Iedereen die dat doet, krijgt een beloning, maar je kunt niet naar het eerste het beste dorp gaan en tegen iemand zeggen dat hij een prijs krijgt als hij zijn 100 meter in minder dan 10 seconden loopt. Dat is absurd. Met andere woorden, als je visserij al goed beheerd wordt, krijg je het MSC-certificaat. MSC heeft nu een "Risk-Based Framework for data-poor fisheries" ontwikkeld. De vangst op oliesardines in Kerala (India) is een van de gevallen die in het kader van dat programma worden getest, maar daar is nog niets uit voortgekomen. Er zijn geen signalen dat deze vangst gecertificeerd zal worden, zelfs een jaar nadat men een risicoverbintenis heeft aangegaan. De standaarden voor de ambachtelijke visserij vragen intensieve processen. Ze lijken niet ten goede te komen aan de lokale vissers die hun vis op de internationale markt willen certificeren. Bovendien is de toepassing van het door MSC voorgestelde proces te duur in verhouding met de voordelen van de certificering. Op de Malediven zul je de bonito kunnen certificeren, maar op wereldvlak zal MSC van weinig nut zijn voor de soortenrijke visgronden van de ontwikkelingswereld.*
Is duurzame aquacultuur dan een oplossing voor de vissers van het Zuiden?
Niet echt. Ten eerste is het geen oplossing voor de werkgelegenheid. Elke 5 of 10 banen in de visvangst komen overeen met één enkele baan in de aquacultuur. Maar vooral, een visser is een jager en een viskweker is een boer. Het is niet hetzelfde werk. In China en Vietnam heeft men wel programma's die vissers met succes omscholen tot kwekers, maar wat je in een gecentraliseerde economie van boven af kunt opleggen, is niet overal elders gemakkelijk over te doen. Je moet opleidingen aanbieden en een mentaliteitswijziging bij de vissers tot stand brengen. Dat zal in de meeste landen veel tijd kosten.
(*) Dr. Oluyemisi Oloruntuyi, die bij MSC verantwoordelijk is voor de visserij van de ontwikkelingslanden, erkent ten aanzien van deze kritiek dat MSC een erkenning is en geen proces dat naar een goed beheer leidt. Anderzijds spoort het commerciële succes van MSC-visserijen de partnerverenigingen aan om programma's in te voeren om hun prestaties te verbeteren en op die manier de certificering te verkrijgen.