vignet-2.JPG
LOGOS.GIF

Naar een "light" eerlijke handel?

 De verkoop van eerlijke producten is explosief gestegen! Opvallend daarbij is de steeds grotere participatie van grote mondiale groepen, wat toch enkele vragen doet rijzen. 

In 2007 gaven de consumenten op wereldvlak meer dan 2,3 miljard euro uit voor producten met het Fairtrade-keurmerk (FLO/Max Havelaar). Dat is 47 % meer dan het jaar voordien.

Alleen al in het Verenigd Koninkrijk halen die producten een omzet van meer dan 700 miljoen euro.

Die indrukwekkende groei is geen mirakel, maar het gevolg van de steeds grotere betrokkenheid van grote handelsondernemingen.

In Engeland biedt de supermarktketen Sainsbury’s alleen nog fairtradebananen aan. Marks & Spencer ging in op het verzoek van zijn klanten door zijn volledige thee- en koffieaanbod om te schakelen naar fair trade. En alle bananen die het grootste Britse cateringbedrijf, Compass Group, voortaan aanbiedt, zijn eveneens fair trade. De rietsuiker die te koop is bij Tate & Lyle, de belangrijkste Europese producent van geraffineerde rietsuiker, wordt dat vanaf 2009.

In België tekent zich dezelfde trend af. Zo bieden Carrefour en Lidl, onder de respectieve merknamen "Agir" en "Fairglobe", nieuwe productgamma's aan met het Max Havelaar-label.

Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan, in de Verenigde Staten, is de fairtrademarkt pas echt beginnen te groeien vanaf het moment dat Starbucks eerlijke koffie begon te introduceren in zijn coffee shops. Het ging daarmee in op de vraag van een nationale campagne die Global Exchange in 2000 lanceerde. Nadien konden fairtradeorganisaties en certificatie-instellingen andere bedrijven en merken ervan overtuigen om eerlijke koffie aan te bieden. Die strategie om eerlijke handel "mainstream" te maken, heeft haar vruchten afgeworpen. In 2000 was de Amerikaanse fairtrademarkt goed voor 50 miljoen dollar, in 2007 "woog" hij ongeveer 1 miljard dollar.

Hebben we hier te maken met een onvervalste "recuperatie" van eerlijke handel?

De participatie van grote multinationals begint in elk geval stof te doen opwaaien en doet vragen rijzen bij een beweging die de ambitie had om misbruiken en slechte praktijken aan te klagen, en zelfs de basispijlers van de internationale handel in vraag te stellen. De begindoelstelling bestond er niet alleen in, een commerciële niche te creëren, maar ook de basis te leggen van een ander soort handel.

De certificatie in 2005 van een instantkoffie van Nestlé uit het gamma "Partner’s Blend" leidde dan ook tot een polemiek, zelfs bij FLO-leden zoals Transfair Italy. Ook andere organisaties zoals ActionAid en Baby Milk Action reageerden snel, met hun aanklacht dat een solidaire filosofie cynisch misbruikt werd door één van de meest verguisde multinationals ter wereld[1]. Velen beschuldigen Nestlé ervan op de fairtradegolf te surfen. Laten we niet naïef zijn. Zoals de Franse organisatie "Artisans du monde" benadrukt, zou de commercialisering van fairtradeproducten door actoren die het meest profiteren van de onstabiele wereldkoffieprijzen, er niet noodzakelijk op wijzen dat de multinationals zich bekeerd hebben tot een ethiek van verantwoordelijkheid, maar veeleer dat ze nieuwe consumenten moeten zien te veroveren in een stagnerende markt.

En waarom niet, per slot van rekening? Het fairtradelabel doet verkopen, en de multinationals beginnen in te zien dat de gemiddelde consument er steeds meer belangstelling voor krijgt.

 

Verzet in de Verenigde Staten

Een ander voorbeeld zorgde onlangs voor een controverse die aandacht kreeg in het magazine Business Week[2]. Begin april 2008 lanceerde Wall-Mart 3 fairtradekoffies met het Transfair-label, de Amerikaanse tegenhanger van Max Havelaar, nadat het via één van zijn dochters, Sam's Club, al eerlijke thee, bananen en rozen op de markt had gebracht.

Volgens een aantal Amerikaanse fairtradeorganisaties verandert Wall-Mart niet veel aan zijn praktijken, ook niet inzake eerlijke handel. "De grote mondiale groepen willen blijven werken met grote producenten, zoals plantages, in plaats van te kiezen voor de moeilijke weg en op zoek te gaan naar kleine spelers en hun producten te kopen", aldus Carmen K. Lezzi, directeur van de Fair Trade Federation, die 100 % fairtradebedrijven groepeert.

En wat vindt Rink Dickinson ervan, voorzitter van Equal Exchange, een bedrijf in Massachusetts dat zijn fairtradeproducten alleen aankoopt bij coöperaties die geleid worden door de producenten zelf? "Wanneer grote conventionele plantages het fairtradelabel krijgen omdat ze hun praktijken hebben verbeterd, is dat voor ons eerlijke handel 'light'. Er komen daar misschien wel hervormingen bij kijken, maar eigenlijk gaat het slechts om een softere versie van situaties die we elders aanklagen."

 
Elke vorm van handel gaat gepaard met een zeker pragmatisme

Anderzijds is er altijd sprake van een zeker pragmatisme. Caroline Whitby van Transfair Canada: "Multinationals zijn noodzakelijk voor de marktdistributie. Zonder hen zou het vrij moeilijk zijn om de producten af te zetten op de markt. Zo zijn bedrijven die cacao verwerken tot chocolade onmisbaar voor de 'fair trade' cacaomarkt. Hetzelfde geldt voor bananen: ze moeten eerst rijpen, en het zijn de grote ondernemingen die daarvoor de financiële middelen hebben. Op die manier worden de multinationals een belangrijke schakel in de bevoorradingsketen." [3]

Grote bedrijven moeten ook de mogelijkheid hebben om de markt te testen en hun verkoopvolume geleidelijk te verhogen, afhankelijk van de evolutie van de vraag bij de consument. Het zou onrealistisch zijn om van die bedrijven te vragen dat ze hun activiteiten van de ene dag op de andere radicaal veranderen, zonder eerst de "reactie" van de consumenten te hebben getest.

En bieden de grote groepen tenslotte niet wat we hen altijd hebben gevraagd: eerlijke producten? Zelfs een klein percentage van het totale volume van een grote onderneming kan miljoenen kilo's fairtradeproducten vertegenwoordigen die tienduizenden boeren in het Zuiden ten goede komen.

Toch heerst er een malaise binnen de beweging. En FLO moet waakzaam blijven en de aanwezigheid van de grote commerciële groepen goed beheren.

Zo zou FLO van een bedrijf kunnen eisen, om te vermijden dat het zichzelf ten onrechte een respectabel imago opkleeft:

- dat het zich engageert voor de certificatie van een bepaald percentage van zijn producten, dat het vervolgens geleidelijk verhoogt; 

- dat het zich vooral bevoorraadt bij organisaties van kleine producenten die al gecertificeerd zijn.

FLO mag niet toegeven aan de druk om plantages en grote producenten te certificeren waarmee de grote mondiale groepen al handel drijven.

Dat is belangrijk om een zekere eenheid te waarborgen binnen de beweging en om de samenhang te behouden tussen de verschillende actoren in de fairtradesector.



[1] ConsoGlobe, Nestlé « équitable », scandaleux ou bienvenu ? (Nestlé en fair trade: schandalig of welkom?), april 2007

[2] Business Week, Is Fair Trade Becoming 'Fair Trade Lite'?, 18 juni 2008.

[3] Caroline Whitby, tijdens een debat dat op 7 december 2004 georganiseerd werd door Équiterre.

round-top-right.GIF
© Copyright BTC CTB - All rights reserved - Powered by DNC GROUP