vignette-1.JPG
LOGOS.GIF

Eerlijke Noord-Noordhandel

Eerlijke handel bleef lange tijd beperkt tot solidair handelsverkeer tussen Zuid en Noord, maar is sinds kort ook actief op het "lokale" front.

In het Zuiden zien heel wat initiatieven rond eerlijke handel het licht binnen en tussen landen, onder meer in Ecuador, India, Mexico, Brazilië, … , door te steunen op de koopkracht van de middenklasse en op het boomende toerisme.

Aan de andere kant van de planeet vragen sommigen, onder indruk van de snelle groei van de sector, zich af of het concept en de principes niet zouden moeten worden toegepast tussen Europese producenten en consumenten. Waarom immers geen eerlijke Noord-Noordhandel, voor Belgische producenten die zeer moeilijk afzet vinden voor hun producten? Maar is de problematiek hier even dringend?

Hoe rampzalig de situatie in het Noorden ook kan zijn, ze is absoluut niet vergelijkbaar met de dagelijkse overlevingsstrijd in de ontwikkelingslanden, en de problemen van de producenten in de westerse landen zijn niet dezelfde en hebben wellicht ook andere oplossingen (politieke vertegenwoordiging, gemeenschappelijk landbouwbeleid, subsidies, …).

Trouwens, voor de Europese Commissie "is het begrip eerlijke handel (...) niet onmiddellijk relevant voor goederen die geproduceerd worden in de EU, waar sociale en milieunormen al een wezenlijk onderdeel uitmaken van de wetgeving. In de EU zijn alle producten en alle producenten en werknemers op sociaal en milieuvlak al minstens even sterk beschermd als fairtradeproducten."[1] En hoe zit het in de Oost-Europese landen?


De legitimiteit van eerlijke noord-noordhandel

We gaan hier niet dieper in op de theoretische legitimiteit van de boeren in het Noorden om fairtradecircuits te ontwikkelen, maar gewoon op de legitimiteit die de burger-consument toekent aan een dergelijke aanpak. Die legitimiteit is er volgens ons vandaag niet. Enerzijds omdat de groep "landbouwers" niet beschouwd wordt als prioritaire doelgroep. De afbakening van een doelgroep is in de fairtradesector gebaseerd op anders-zijn: de "kleine boeren uit het Zuiden" worden beschouwd als een afzonderlijke groep die bijzonder sterk bedreigd wordt en daarom de nodige aandacht verdient. De boeren uit het Noorden van hun kant worden gezien als een zeer heterogene groep die in wezen niet los te zien is van de algemene bevolking en er niet slechter aan toe is dan andere sociale groepen. Anderzijds omdat de kijk op landbouwers dubbelzinnig is. Aan de ene kant genieten ze een zeker respect (dat soms zelfs uitgroeit tot fascinatie) voor hun onvervangbare bijdrage aan de samenleving, maar ook omdat ze zo dicht bij de natuur staan en voor hun vermeende trouw aan maatschappelijk gevaloriseerde waarden. Aan de andere kant wordt hen een uitgesproken corporatisme en een zekere onverschilligheid verweten voor de verwachtingen van de burgers en de consumenten inzake milieu, productkwaliteit en voedselveiligheid. Vandaar dat eerlijke Noord-Noordhandel wellicht pas kan worden erkend als legitiem als ook de diversiteit van de landbouwsector wordt erkend, niet op individuele schaal, maar op het niveau van georganiseerde groepen. Momenteel lijken alleen bioboeren te worden beschouwd als een enigszins homogene en gedifferentieerde groep. Toch herhalen we dat die differentiatie voor de meeste consumenten meer gebaseerd is op de kwaliteiten die ze toeschrijven aan de producten dan op de productievoorwaarden, ook al gaan ze er veeleer van uit dat bioboeren sociaal en ecologisch geëngageerd zijn, dan ze dat ook daadwerkelijk toetsen. Net zoals consumenten ongevoelig zouden blijven voor producten van Zuid-Amerikaanse latifundios zouden ze wellicht ook geen financiële inspanning willen leveren voor de industriële landbouw." [2]

"De basispijler van eerlijke handel is de gemeenschappelijke vaststelling dat de klassieke handelsmechanismen tot onaanvaardbare en onrechtvaardige toestanden leiden. Producenten die vaststellen dat ze met hun werk niet behoorlijk hun brood kunnen verdienen, houden er dezelfde algemene analyse op na als de consumenten. Om tot die eensgezindheid te komen tussen actoren die elkaar meestal niet kennen, zijn communicatie en bemiddeling nodig. In het kader van de Noord-Zuidbetrekkingen is dat werk het resultaat van de invloed van de niet-gouvernementele organisaties, maar ook van multilaterale instellingen, territoriale collectiviteiten en onderwijsinstellingen, waarover de media verslag uitbrengt. Die sensibilisering van de publieke opinie is nu al bijna veertig jaar aan de gang, en het thema wordt door de belangrijkste media als legitiem beschouwd.

Wat de Noord-Noordcircuits betreft, is het niet zo zeker dat de boeren op dezelfde legitimiteit kunnen rekenen als hun collega's in het Zuiden. De extreme en soms gewelddadige corporatistische reflex, de ostentatieve rijkdom van sommige landbouwbedrijven en de onverschilligheid voor sociale verwachtingen inzake milieu of voedselveiligheid hebben veel consumenten ontgoocheld.
(…)

Ook al kennen ze specifieke gevallen van armoede, ze kennen ook tegenvoorbeelden die hen niet aansporen om in hun hoofd de associatie te maken: "boer = slachtoffer van een onrechtvaardig systeem". Bovendien wordt de dialoog bij ons rechtstreeks gevoerd tussen boeren en samenleving (of niet gevoerd), terwijl ze in het Zuiden altijd onrechtstreeks gebeurt. Aangezien er geen sprake is van bemiddeling, die ook dient om "de scherpe kanten af te vlakken", mag de situatie van de boeren niet geïdealiseerd en gesimplifieerd worden." [3]

"Deze beschouwingen dienen als aanzet voor een werkprogramma om fairtradecircuits op te richten in Europa. Ze laten de praktische aspecten, zoals de organisatie van de controle en de keuze van de distributiecircuits en de geografische schalen, terzijde, ook al worden het belang en de complexiteit ervan erkend. Toch lijkt het essentieel om de basisvragen aan te pakken zodra er een denkspoor wordt gelanceerd.

Drie dimensies zouden naast elkaar behandeld moeten worden:

  •  nadenken over wat boeren (welke?) het recht geeft om de oprichting van fairtradecircuits te eisen;
  • concreet nagaan wat die boeren daarvoor in ruil kunnen geven aan de burger-consument, niet alleen praktisch, maar ook symbolisch en in termen van politieke ambitie. De "nabijheidsfactor" in al zijn rijke aspecten kan daarbij als uitgangspunt dienen;
  • actoren buiten de landbouw motiveren voor een dergelijke aanpak en gemeenschappelijke denk-, overleg- en actieforums oprichten. Dit met een pragmatisch doel voor ogen: de nodige bondgenootschappen sluiten (met wie, waarom?)." [4]

  • [1] Mededeling van de Commissie aan de Raad inzake "eerlijke handel", Brussel, 29.11.1999 - COM(1999)619 definitief.

     

    [2] "Commerce équitable : quel transfert d’expérience vers des circuits Nord-Nord  ?" ("Eerlijke handel: welke overdracht van ervaring naar Noord-Noordcircuits?") door Gilles Maréchal, Fédération régionale des centres d’initiatives pour valoriser l’agriculture et le milieu rural de Bretagne (FR Civam) gilles.marechal@civam-bretagne.org

    [3] Gilles Maréchal, Op., Cit.

    [4] Gilles Maréchal, Op., Cit.

    round-top-right.GIF
    © Copyright BTC CTB - All rights reserved - Powered by DNC GROUP