vignet-3.JPG
LOGOS.GIF

De Afrikaanse ambachtssector in volle crisis, zelfs de fairtradesector

Strikt economisch gezien heeft Afrika het moeilijk om "op gang te raken" en de westerse en Aziatische economieën te beconcurreren. Het is het enige continent dat vandaag armer is dan in 1979. 33 van de 50 Minst Ontwikkelde Landen (MOL) zijn Afrikaans, en het aantal Afrikanen dat in extreme armoede leeft, is tussen 1981 en 2001 verdubbeld.

 

In juni 2005, op de top in Gleneagles, verbonden de leden van de G8 zich ertoe om hun jaarbudget voor ontwikkelingshulp aan Afrika in 2010 te verhogen tot 50 miljard dollar. In de praktijk bleven de bedragen die werden toegekend aan de ontwikkelingsprogramma's in heel wat Afrikaanse landen echter nagenoeg dezelfde. Het feit dat de onderhandelingen binnen de WTO over de liberalisering van de wereldhandel zo moeilijk verlopen, verhindert ook dat de rijke landen hun markten openstellen voor Afrikaanse producten.

"Veel donorlanden hebben hun humanitaire hulp en hun schuldvermindering de afgelopen veertig jaar verhoogd, maar dat heeft de Afrikaanse landen geen extra middelen opgeleverd om hun infrastructuur herop te bouwen, leerkrachten op te leiden en aids en malaria te bestrijden. Toch hebben de Afrikaanse landen aanzienlijke vooruitgang geboekt inzake overheidsbeheer en zijn ze erin geslaagd om een gunstiger omgeving te creëren voor internationale investeringen."[1]

Ook in de eerlijke handel in ambachtsproducten bestaat de neiging om Afrika te marginaliseren, door:

  • De hogere transportkosten. Het transport in Afrika is moeilijk en duur. Zo vertegenwoordigt de kostprijs van transport 8 % van de FOB-prijs van een Aziatisch product, tegen 26 % voor een Afrikaans product!
  • Problemen inzake commerciële betrouwbaarheid (naleving van de leveringstermijnen, verpakking, levering van het gevraagde model).
  •  De verhandelde volumes. Afrikaanse ambachtsproducten kunnen door hun karakteristieken zelf (handarbeid, geringe technologische input) slechts in beperkte volumes geproduceerd worden, wat de mogelijkheden op de conventionele markt verkleint en het transport duurder maakt.
  • Externe elementen zijn een rem op de ontwikkeling van de eerlijke handel in ambachtsproducten.

  • De sociaalpolitieke context (onstabiliteit, corruptie, slecht bestuur, …). De Staat heeft niet altijd de capaciteiten om zijn regulerende en beschermende rol te vervullen (arbeidsbescherming en culturele bescherming). Sommige landen kampen met een grote monetaire instabiliteit (bv. inflatie in Zimbabwe).
  • De normen en wetten waaraan de producten onderworpen zijn inzake veiligheid, hygiëne, herkomst, samenstelling enz. vormen een rem op de handel in ambachtelijke producten tussen Afrika en Europa. Dat treft vooral de meest achtergestelde producenten.
  • Op mondiaal niveau is er, onder druk van de goedkope Aziatische ambachtsproducten, een neerwaartse druk op de prijzen van artisanale producten, wat het positieve effect van de omzetstijging vermindert.
  • Er is een probleem met patenten en auteursrecht. Geen enkel patent of gedeponeerd handelsmerk beschermt de culturele oorsprong van het ambachtelijke product en het fabricatieprcoes. Er zijn nu al heel wat misbruiken.[2]
  •  Zo is het aantal Afrikaanse ambachtelijke partnerproducenten dat geïntegreerd is in de Europese fairtradesector, het afgelopen decennium gehalveerd.

    Vandaar de vraag: is eerlijke handel de ongelijkheidspatronen die karakteristiek zijn voor de conventionele internationale handel aan het overnemen, terwijl hij tegelijk "ijvert voor een rechtvaardiger wereldhandel" en in dat perspectief van cruciaal belang is voor de kleine Afrikaanse producenten en hun familie?[3]

    De leden van EFTA (European Fair Trade Association), zoals Oxfam-Wereldwinkels en Oxfam-Magasins du monde, proberen vandaag te reageren en hun Afrikaanse partners een totaalantwoord te bieden. De lopende projecten streven verschillende doelstellingen na:

  • De producenten betere toegang geven tot de conventionele markt, niet alleen via de export, maar ook door de lokale markt te ontwikkelen.
  • De eerlijke Zuid-Zuidhandel binnen het Afrikaanse continent ontwikkelen, maar ook de eerlijke handel met Azië en Latijns-Amerika.
  • De commerciële betrouwbaarheid van de Afrikaanse fairtradeorganisaties verhogen, onder meer via opleidingen.
  • Afrika sensibiliseren voor het gebruik en het maatschappelijke nut van de valorisatie van zijn eigen natuurlijke rijkdommen via ambachtelijke productie.
  • Ambachtelijke fairtradeproducten uit Afrika promoten.
  • En tot slot: de commerciële ongelijkheid waarmee Afrika door het westers economisch beleid bestraft wordt, structureel proberen aanpakken (schulden, internationale markten voor landbouwgrondstoffen, zoals koffie en katoen [4].

    Enkele hoopgevende projecten:

    Een begin van structureren van de Afrikaanse actoren binnen COFTA

    Fairtradekatoen: een mooi voorbeeld van ontwikkeling via eerlijke handel

    De ontwikkeling van eerlijk en solidair toerisme


    [1] Johan Page, hoofdeconoom van de Wereldbank voor Afrika, juni 2007.

    [2] Enjeux et perspectives du commerce équitable de l’artisanat en Afrique (Uitdagingen en perspectieven van de eerlijke handel in ambachtsproducten in Afrika), Oxfam-Wereldwinkels, mei 2007

    [3] Workshop over de integratie van Afrikaanse organisaties in het fairtradenetwerk: welke voordelen en uitdagingen? Nairobi, Kenia, woensdag 24 januari.

    [4] http://www.madeindignity.be/Public/Page.php?ID=159

    round-top-right.GIF
    © Copyright BTC CTB - All rights reserved - Powered by DNC GROUP