Ethische, eerlijke, duurzame, … handel: wederzijdse bevraging en mogelijke synergieën? Eerlijke handel draagt nu al meer dan 50 jaar sterk bij tot de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de bedrijven, de raadpleging van de betrokken partijen, de sociale evaluatietechnieken en de bewustmaking van de consumenten over hun mogelijkheid om het beleid van de grote distributieketens te beïnvloeden. Op die manier is er een handelssysteem gegroeid dat kritische vragen stelt en de kiemen in zich draagt van een nieuw economisch systeem. Eerlijke handel is echter niet het enige systeem dat streeft naar evenwichtiger en doorzichtiger handelsbetrekkingen tussen producenten uit het Zuiden en consumenten uit het Noorden. Ook biologische of verantwoorde landbouw, ethische handel en duurzame handel, met initiatieven zoals Rainforest Alliance, Utz Certified,... willen in diverse mate de sociale en ecologische productiekosten internaliseren. Toch zijn er weinig of geen synergieën tussen de verschillende initiatieven. Soms - vaak zelfs - gedragen ze zich integendeel als concurrenten, zo groot zijn de ideologische verschillen en de commerciële belangen. Wat is de impact van die verschillende initiatieven op de leef- en werkomstandigheden van gemarginaliseerde producenten in de ontwikkelingslanden? Welke dynamieken komen er op gang om de autonomie van de producenten en werknemers te bevorderen? En in welke mate wordt er bij het productie- en commercialisatieproces rekening houden met het milieu? In oktober 2006 organiseerde het Fair Trade Centre een colloquium "Eerlijke handel op een keerpunt?". Het bracht daarbij diverse initiatieven samen voor duurzame ontwikkeling, en verschillende vertegenwoordigers van producentenorganisaties, om te debatteren over dit thema. Ziehier enkele commentaren: "Ongeveer 3.000 gezinnen hangen af van onze coöperatie", aldus Gerardo Arias Camach, lid van de coöperatie Llano Bonito, Coocafe. "Sinds een jaar hebben we het 'Rainforest Alliance'-label, maar dankzij eerlijke handel kunnen we al vijftien jaar het verschil maken. We waren zo goed als failliet. Vandaag kunnen we dankzij fair trade 254 studiebeurzen toekennen, schoolgerei uitdelen en onze woningen vernieuwen. We hebben een nieuwe manier ontwikkeld om handel te drijven en de milieuprogramma's toe te passen. De 'Rainforest Alliance'-certificatie verliep vlot dankzij de verworvenheden van eerlijke handel. We maken ons wel grote zorgen over het ontbreken van minimumprijzen, want als de koffieprijs daalt, valt onze activiteit stil. We vragen ook een transparanter beheer van de productieketen, want ik begrijp niet waarom we slechts een paar centiem krijgen voor 1 kg koffie die nadien verkocht wordt voor 10 euro op de Europese markt." En wat vindt Miguel de Clerck, oud-directeur van Max Havelaar België, ervan? "Als we eerlijke handel zien als een ladder, vrees ik dat sommigen niet echt bereid zijn om de hoogste trede te beklimmen, wat op ethisch vlak voor een nivellering naar beneden zorgt. Vandaar dat het belangrijk is dat de actoren van de duurzame koffiehandel die ladder samen beklimmen." "De talrijke certificaties zijn niet noodzakelijk slecht, want ze maken het vaak mogelijk om nieuwe markten te veroveren", vult Joke Aerts (Rainforest Alliance) aan. "Ook de samenwerking op het terrein is belangrijk. We streven hetzelfde doel na: de leefomstandigheden van de producenten verbeteren. Er zou dan ook een zekere samenwerking mogelijk moeten zijn, temeer omdat de markt naar een grotere diversiteit streeft inzake certificatie."
Leo Ghysels van Oxfam is het daarmee eens: "De verschillende labels zijn niet noodzakelijk concurrenten van elkaar. Als onderneming verzetten we ons niet tegen het bestaan van verschillende certificatiesystemen".
"Fairtradekoffie vormt slechts een heel klein deel van de wereldmarkt. We moeten samenwerken, zodat de overige koffie kan worden verhandeld op basis van een ander certificatiesysteem."[1] Volgens Joke Aerts was Rainforest Alliance "geen voorstander van de invoering van een minimumprijs, want onze handelsaanpak is anders. We richten ons zowel tot grote als tot kleine landbouwers, en een minimumprijs past niet binnen ons businessmodel. Bij Rainforest Alliance streven we naar duurzame prijzen, maar pleiten we niet voor een bodemprijs. We doen liever de productiekosten dalen, dankzij een beter beheer van de boerderijen en plantages". Henrike Offeringa van Utz Kapeh voegt eraan toe: "We moeten altijd proberen om de marktprijs te benaderen, want slechts weinig consumenten zijn bereid om meer te betalen om ethische redenen. Utz Kapeh probeert een andere handelsaanpak uit en wil een alternatief model promoten. Het is beter om de producent te helpen om meer, beter en met meer kennis van zaken te produceren dan om een minimumprijs te hanteren. We moeten de producenten helpen om een meerwaarde te creëren".[2] Kosten-batenanalyse van de duurzame initiatieven in de koffiesector Een programma om de beheerscapaciteiten van de producenten in de koffiesector te versterken[1]
[1] Voor meer informatie over het "Cosa"-project: http://www.iisd.org/trade/commodities/sci_coffee.asp.
[1] Henrike Offeringa, Utz Kapeh. [2] Het volledige verslag van het colloquium is terug te vinden op: www.befair.be/site/download.cfm?SAVE=16390&LG=2. |