Verschillende publieke autoriteiten verwijzen naar eerlijke handel Eerlijke handel krijgt steeds meer aandacht van politici, dankzij de groeiende belangstelling van de burgers voor het ethische aspect van hun consumptiegedrag. Het Europees Parlement was waarschijnlijk een van de eerste instellingen die zich bogen over dit nieuwe handelsconcept, toen het in 1988 een symbolische daad stelde door eerlijke koffie te drinken. Meer concreet nodigde het Fassa-rapport in 1998 "de Commissie uit om het bevorderen van fair trade als een integraal onderdeel op te nemen in het ontwikkelingsbeleid van de EU, het buitenlands en handelsbeleid". Het drong ook aan op "de creatie van een gemeenschappelijk Europees label voor eerlijke handel" en nodigde de Commissie uit tot "het uitwerken van niet-discriminatoire mechanismen, in overeenstemming met de WTO-richtlijnen, ter ondersteuning van initiatieven voor eerlijke handel". In navolging hiervan nam de Commissie in 1999 de definitie van eerlijke handel over die binnen de fairtradebeweging werd gebruikt, en erkende ze de waarde van dit soort handel voor ontwikkelingssamenwerking: "De bevordering van fair trade past in de bredere doelstellingen van de Gemeenschap op het gebied van de ontwikkelingssamenwerking, namelijk de strijd tegen de armoede, economische en sociale ontwikkeling en vooral de geleidelijke integratie van de ontwikkelingslanden in de wereldeconomie".[1] Toen de Commissie de Lomé-overeenkomst verving door de Cotonou-overeenkomst[2], hernieuwde ze de erkenning van eerlijke handel.[3] Dit werd vermeld tijdens het consultatieproces van het maatschappelijk middenveld, en is vervat in de bijlagen bij de Cotonou-overeenkomst[4]. Artikel 64 bepaalt de strategie ter zake van de Europese samenwerking: "De samenwerking biedt steun aan zowel producentengroepen in de ontwikkelingslanden als ngo's in de EU via begrotingslijnen en EOF-middelen. Deze steun moet worden gebruikt voor de financiering van nieuwe productlijnen, campagnes om de consument bewust te maken, onderwijsactiviteiten en capaciteitsopbouw". De europarlementsleden willen eerlijke handel promoten In juni 2006 keurde het Europees Parlement met een verpletterende meerderheid een rapport goed over eerlijke handel en ontwikkeling. Met dit rapport willen de Europarlementsleden eerlijke handel aanmoedigen, omdat die "een doeltreffend instrument blijkt om de armoede te verminderen, vooral in de armste landen ter wereld". Het Europees Parlement “is van mening dat het risico op misbruik alleen kan worden uitgesloten als Fair Trade minimaal aan alle onderstaande criteria voldoet: a) een eerlijke producentenprijs, met een gegarandeerd eerlijk loon, die de kosten van duurzame productie en duurzaam leven dekt; deze prijs moet ten minste even hoog zijn als de minimumprijs en -beloning van Fair Trade, die door de internationale Fair Trade-organisaties zijn vastgesteld, b) een deel van de betaling dient vooraf te geschieden, indien de producent daarom verzoekt, c) een langdurige, stabiele relatie met producenten en de betrokkenheid van producenten bij het vaststellen van Fair Trade-normen, d) transparantie en traceerbaarheid gedurende de hele leveringsketen om de juiste consumenteninformatie te garanderen, e) productievoorwaarden die de acht fundamentele arbeidsnormen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) in acht nemen, f) respect voor het milieu, bescherming van de mensenrechten (met name van vrouwen en kinderen) en respect voor de traditionele productiemethoden die de economische en sociale ontwikkeling bevorderen, g) capaciteitsopbouw en zelfstandigheid voor producenten, met name kleinschalige, gemarginaliseerde producenten en arbeiders in ontwikkelingslanden, hun organisaties evenals de respectieve gemeenschappen, teneinde de duurzaamheid van Fair Trade te waarborgen, h) steun aan productie- en markttoegang voor producentenorganisaties, i) bewustwordingsactiviteiten over Fair Trade-productie en handelsbetrekkingen en over de algehele onrechtvaardigheid van internationale handelsregels, j) het monitoren en controleren van de naleving van deze criteria, waarbij organisaties in het Zuiden een grotere rol dienen te spelen om een vermindering van de kosten en een grotere lokale participatie in het certificeringsproces tot stand te brengen, k) regelmatige effectanalyses van de Fair Trade-activiteiten.”[5] Belastingverlaging voor fairtradeproducten De afgevaardigden vragen met name aan de Commissie en de Raad om de invoering van een verlaagd btw-tarief te overwegen voor fairtradeproducten en om invoerrechten af te schaffen voor fairtradeproducten uit de ontwikkelingslanden. Bovendien wordt de Commissie opgeroepen om steun te bieden voor eerlijke handel: aan de ontwikkelingslanden, in de vorm van technische bijstand, om te voldoen aan de verschillende Europese normen en de oorspronkelijke regels, de omzetting ervan aan te moedigen, programma's voor capaciteitsversterking te ondersteunen, de prefinanciering van de fairtradeproducenten aan te moedigen en bij te dragen tot de distributie van fairtradeproducten op de lokale markten, door in het bijzonder de nadruk te leggen op projecten die geleid worden door vrouwen; binnen de EU, via maatregelen om sensibiliseringsprogramma's te ondersteunen voor eerlijke handel, overheidscampagnes, impactstudies, beste praktijken, traceerbaarheids- en aansprakelijkheidsonderzoeken, steun aan de commercialisatie van fairtradeproducten en praktische ondersteuning van workshops.[6] Handelssteun In haar laatste mededeling inzake handelssteun stelt de Europese Commissie dat "Een gemeenschappelijke EU-strategie ook aandacht zou moeten hebben voor vrijwillige initiatieven die de consument duurzame ontwikkeling garanderen, zoals eerlijke handel, ecolabels en vergelijkbare programma's voor het bedrijfsleven. Dit zijn immers ook belangrijke mogelijke hulpmiddelen om de armoede terug te dringen en de sociaaleconomische ontwikkeling te bevorderen." [7]
Eerlijke handel in het regeerakkoord Eerlijke handel wordt vermeld in het Akkoord dat de regeringspartijen op 18 maart 2008 ondertekenden: "Omdat vrije en billijke handel kan bijdragen tot de groei in de ontwikkelingslanden, zal de regering zich inzetten voor het welslagen van de Doha Ontwikkelingsronde. De regering zal, ook in het kader van de akkoorden waarover de Europese Unie onderhandelt, waken over de belangen van de ontwikkelingslanden, met inbegrip van de Zuid-Zuiddimensie. Bovendien zal zij acties ondersteunen ten voordele van eerlijke handel en het Parlement aanmoedigen om het juridische kader ervan te verbeteren, en zal zij in het bijzonder waken over het respecteren van de sociale en milieunormen. "[8]
Het federaal parlement SP-A/PS, Ecolo en CDH hebben in het Parlement verschillende wetsvoorstellen ingediend om eerlijke handel te doen erkennen. Deze voorstellen zouden moeten leiden tot een gemeenschappelijk voorstel dat vervolgens al dan niet goedgekeurd wordt door de parlementsleden.
Eerlijke handel maakt deel uit van de strategie van de belgische ontwikkelingssamenwerking
De Belgische ontwikkelingssamenwerking heeft, krachtens de wet van 25 mei 1999, een strategienota uitgevaardigd over de sociale economie.[9] Eén van de drie onderdelen van deze Nota gaat over eerlijke handel. Die wordt, in tegenstelling tot de acties ter zake van de Europese Unie, erkend als middel voor ontwikkeling en armoedebestrijding. Interessant aan deze strategie is dat ze zowel voorziet in steun aan producenten, met name bij productontwikkeling, steun bij de commercialisering door middel van een garantiemechanisme voor prefinanciering van de bestellingen, als een specifieke ondersteuning voor de sensibilisering van de consument, de week van de fair trade. Het federaal plan voor duurzame ontwikkeling 2004-2008[10] Het federaal plan voor duurzame ontwikkeling bevat de maatregelen die gelijktijdig zullen worden genomen op verschillende beleidsniveaus in diverse sectoren, na overleg en coördinatie. Het heeft geen dwingend karakter, maar definieert het kader van de te volgen strategieën.
Maatregel 16 bepaalt dat "er een strategie zal worden uitgewerkt die de productie en consumptie van duurzame producten aanmoedigt, in samenwerking met de Gewesten en de betrokken actoren (de sectoren, de ngo's, de consumentenorganisaties enz.). De verschillende werkgroepen zullen hun werkzaamheden aanvatten vanaf begin 2005. De uitvoering van elke maatregel van deze strategie zal ten laatste tegen 2007 aangevat worden. De uit te werken strategie zal tevens gesteund en geïnspireerd kunnen worden door de volgende maatregelen:
Op Europees niveau: ijveren voor de integratie van de bestaande labels en het ontwikkelen van één enkel label m.b.t. de globale levenscyclus (sociaal, ecologisch en economisch). In afwachting: het aanmoedigen van bestaande wettelijke labels: ecologische labels, het label voor sociaal verantwoorde productie, de labels eerlijke handel, het FSC-label (Forest Stewardship Council,(…), enz." Ministeriële omzendbrief Een ministeriële omzendbrief van 27 januari 2005 bevat "aanbevelingen om de aankoop van producten aan te moedigen die milieuvriendelijker en in menswaardige omstandigheden werden geproduceerd"[11]. Inzake koffie wil de omzendbrief: "De producten van de biologische landbouw en de rechtvaardige handel ondersteunen. De keuze van een koffie die beantwoordt aan de volgende ecologische/ethische criteria draagt bij tot duurzame ontwikkeling: Gebruikmaken van productietechnieken die de specifieke ecosystemen respecteren en bijdragen tot het behoud van de natuurlijke hulpbronnen, zodat het gebruik van chemische producten zo veel mogelijk - en zelfs volledig - wordt vermeden. Voorrang geven aan integrale economische ontwikkeling gefocust op de verbetering van de productietechnieken en op de diversificatie van de productie, om de afhankelijkheid van de producenten van één enkel product als inkomstenbron terug te dringen. Stimuleren van integrale sociale ontwikkeling via diverse programma's voor het verbeteren van de leefomstandigheden van de leden van de betrokken gemeenschap. Die projecten kunnen verband houden met hygiëne, huisvesting, onderwijs, watervoorziening of met andere, door de leden aangegeven noden. Verbeteren van de productiekwaliteit, zodat de betrokken organisatie haar markt kan vergroten, zowel in het conventionele netwerk als in dat van de eerlijke handel. De naleving van bovenvermelde criteria kan worden aangetoond door labels, bijvoorbeeld: FLO-labels (bv. Max Havelaar), biologische-landbouwlabels (bv. Biogarantie, biologische landbouw, "nature et progrès",…) of op een andere manier."[12]
[1] http://europa.eu.int/scadplus/leg/fr/lvb/r12508.htm [2] De meest omvattende samenwerkingsovereenkomsten tussen twee entiteiten, de Europese Unie en de zogenaamde ACP-landen (Afrika, de Caraïben en de Stille Zuidzee). [3] Pagina 25, punt 2.6.3., artikelen 61,62,63 en 64 [4] http://europa.eu.int/eur-lex/fr/com/cnc/2000/com2000_0424fr01.pdf [5] Europees Parlement, Verslag over eerlijke handel (Fair Trade) en ontwikkeling (2005/2245(INI)), Commissie ontwikkelingssamenwerking, Rapporteur: Frithjof Schmidt, 6 juni 2006. [6] http://www.europarl.europa.eu/news/expert/infopress_page/028-9499-187-07-27-903-20060629IPR09384-06-07-2006-2006-false/default_fr.htm [7] http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/site/fr/com/2007/com2007_0163fr01.pdf [8] Pagina 40. Hoofdstuk buitenlands beleid. [9] Transsectorale strategienota: sociale economie, Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, Directie-Generaal Internationale Samenwerking, Directie "Strategieën" D20. Nota goedgekeurd door de staatssecretaris in november 2002. [10] www.plan2004.be [11] www.guidedesachatsdurables.be [12] www.guidedesachatsdurables.be |